Nieuw-rechterlijke archieven toelichting

zgzwartelijn500 zgzwartelijn140blauw zgzwartelijn300

Inleiding
In de Franse Tijd werd de rechterlijke organisatie ingrijpend gewijzigd. De rechtspraak was voortaan een zaak van de centrale overheid. De plaatselijke keuren en ordonnanties op basis waarvan door de verschillende rechtbanken recht werd gesproken, werden buiten gebruik gesteld en vervangen door uniforme, voor iedereen geldende wetten.
Met ingang van 1 oktober 1838 werd een aantal Franse wetboeken vervangen door nieuwe eigen wetboeken, waaronder de wet op de rechterlijke organisatie.
De rechtspraak speelde zich vanaf dat moment op vier verschillende niveaus af:

• Bovenaan het landelijke gerechtshof. De Hoge Raad der Nederlanden, ook wel Hooggerechtshof genoemd, behandelt zaken in cassatie. Wanneer een rechter een vonnis geveld heeft dat niet in overeenstemming is met de wet, wordt dit door de Hoge Raad vernietigd. Tot 1814 kon men in cassatie gaan bij het Hof van Cassatie of Verbrekingshof (Cour de Cassation) te Parijs.
• Vervolgens in elke provincie een provinciaal gerechtshof. Van 1811‑1838 was dat het Hof van Assisen te Middelburg, van 1838 tot en met 1876 het Provinciaal Gerechtshof van Zeeland te Middelburg en daarna werden de Zeeuwse rechtszaken voor het Gerechtshof in Den Haag behandeld. Men kon in hoger beroep bij de Hoge Raad.

• Elke provincie was opgedeeld in arrondissementen. Tot 1838 bestond er op arrondissementsniveau de rechtbank van eerste aanleg. Na 1838 werd deze arrondissementsrechtbank genoemd. Deze rechtbanken hielden zich bezig met vonnissen van het kantongerecht in hoger beroep, burgerlijke zaken, zoals faillissementen, echtscheidingen en strafzaken. Men kon in hoger beroep bij het Gerechtshof.
Tot 1838 was er nog de Rechtbank van Koophandel te Middelburg, die zich bezighield met handelszaken. Na 1 oktober 1838 werden de taken overgenomen door de arrondissementsrechtbank.

• Elk arrondissement was op zijn beurt opgedeeld in een aantal kantons. Het kanton is het laagste niveau in de Nederlandse rechtspraak. Het rechtsgebied van een kanton wordt gevormd door een aantal gemeenten. Van 1811 tot 1838 was op kantonniveau het vredegerecht werkzaam, vanaf 1838 het kantongerecht. Men kon in hoger beroep bij de arrondissementsrechtbank. In Zeeuws‑Vlaanderen was het vredegerecht al vanaf 1796 werkzaam.
Vanaf 1875 werd een proces van inkrimping en samenvoeging van rechterlijke instellingen in gang gezet. De werkgebieden van de arrondissementsrechtbanken en kantongerechten werden samengevoegd, totdat uiteindelijk de Arrondissementsrechtbank van Middelburg de gehele provincie omvatte. Ook zaken op kantonniveau worden door de arrondissementsrechtbank behandeld.

Bronnen
Nieuw‑rechterlijke archieven zijn in het algemeen seriematige archieven, dat wil zeggen dat zij veelal bestaan uit chronologisch geordende gelijksoortige stukken, bijvoorbeeld series vonnissen, processen‑verbaal van terechtzittingen, processtukken, beschikkingen op rekesten en akten van buitengerechtelijke zaken. Uit elk van de drie hoofdrubrieken vindt u hierna enkele voorbeelden.

1. Strafzaken
Het Franse wetboek van strafrecht, Code Pénal, verdeelde de strafbare feiten in overtredingen (contraventions), wanbedrijven (délits), delicten waarop een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar stond zoals diefstal, verwonding en bedelarij en misdrijven (crimes), de zwaarste categorie van delicten. De competentie van de rechterlijke instellingen correspondeerde met deze verdeling: de overtredingen kwamen voor de vrederechter (in deze optredend als politierechter), vanaf 1838 de kantonrechter. De wanbedrijven werden ter kennis gebracht van de rechtbank van eerste aanleg, vanaf 1838 de arrondissementsrechtbank. De zwaarste categorie, de misdrijven, kwam voor het Hof van Assisen, vanaf 1838 het Provinciaal Gerechtshof van Zeeland, vanaf 1876 het Gerechtshof in Den Haag.
De invoering van een nieuw Nederlands Wetboek van Strafrecht in 1886 bracht een aanzienlijke wijziging in de competentie van de gerechten in strafzaken. Het Franse onderscheid van strafbare feiten in drie categorieën werd in deze wet teruggebracht naar twee: overtredingen die voor de kantonrechter dienden te worden gebracht, en misdrijven die ter kennis van de arrondissementsrechtbank kwamen.
Onderzoek naar een strafzaak kunt u het best beginnen in het rolboek (de ‘rol’) waarin alle gegevens over het verloop van het proces worden ingeschreven. Aan de hand van de in de rol vermelde nummers en data kunt u verder zoeken in de vonnissen en de processen‑verbaal van terechtzitting.

2. Civiele zaken
In civiele zaken werden alle personele zaken en zaken betreffende roerende goederen tot een bepaald bedrag voor de vrederechter gebracht, zoals pacht‑, huur‑, arbeids‑ en familiezaken, voogdijen, krankzinnigverklaringen en vennootschapszaken.
Ook bij het onderzoek naar een civiele zaak kunt u het best beginnen in het rolboek (de ‘rol’). Aan de hand van de in de rol vermelde nummers en data zoekt u verder in het audiëntieblad, waarin de processen‑verbaal van de terechtzittingen en het vonnis staan ingeschreven, en eventueel in de aanwezige bijlagen.

3. Buitengerechtelijke zaken
Naast strafzaken en civiele zaken waren de gerechten ook competent in allerhande buitengerechtelijke zaken (voluntaire jurisdictie), bijvoorbeeld op het gebied van voogdij, curatele, beëdigingen, verzegelingen en handlichting. Sommige van deze rechtshandelingen bevinden zich op het grensgebied van ‘civiel’ en ‘buitengerechtelijk’, maar ze zijn in de archieven meestal terug te vinden in de series ‘akten en beschikkingen’. Tevens fungeerden de griffies van de gerechten regelmatig als een soort ‘deponerings‑ en registratiekantoor’, waarbij vele soorten stukken op grond van bepaalde wetgeving bij een gerecht moesten worden ingeleverd of geregistreerd, bijvoorbeeld oprichtingsakten van vennootschappen of de registratie van fabrieksmerken. Ook notarissen waren verplicht het dubbelexemplaar van hun repertoria bij de rechtbanken te deponeren. Dit soort taken leverden in de archieven vaak algemene series ‘gedeponeerde stukken’ op of specifieke series zoals vennootschapsakten en huwelijkse voorwaarden.
Voor onderzoek naar een akte, beschikking op een rekest, registratie of deponering is de meest aangewezen weg het raadplegen van het register waarin deze handelingen werden ingeschreven. Bij de rechtbanken vormen de beschikkingen op rekesten afzonderlijke series en zijn er meestal rekestregisters aanwezig. Bij de vrede‑ en kantongerechten zijn de beschikkingen op rekesten en akten in buitengerechtelijke zaken vaak gecombineerd tot één serie ‘akten en beschikkingen’. De toegang hierop wordt gevormd door de repertoria van de griffier, beschreven in de rubriek ‘huishoudelijke en griffiezaken’.

[laatst bijgewerkt: 25 oktober 2011]