Werknemer

zgzwartelijn500  zgzwartelijn140blauw zgzwartelijn300

In de archieven is ook informatie opgenomen over mensen die werkzaam waren bij een bedrijf of in dienst van een particuliere werkgever. De verschillende bronnen die over deze beroepsgroepen in Zeeuwen Gezocht zijn opgenomen, zijn in een aparte groep ondergebracht.

Personeel Marinewerf Vlissingen 1815-1868
Te Vlissingen was al in de zeventiende eeuw een scheepswerf waar de Admiraliteit van Zeeland (de Marine) haar schepen liet bouwen. In 1814 werd het marine-etablissement te Vlissingen ingericht op en naast het terrein van de voormalige Admiraliteitswerf. Het stond onder leiding van de Directeur en Commandant der Marine te Vlissingen en bestond uit een Werf van Aanbouw en een Werf van Uitrusting. In 1868 werd het Vlissingse marine-etablissement opgeheven.

Het archief van het Marine-etablissement berust bij het Zeeuws Archief. De stamboeken met 1.608 namen van de “minder geëmployeerden en werkvolk” over de periode 1815-1868 zijn door W. Weber geïndiceerd ten behoeve van zijn afstudeerscriptie. In de stamboeken (inventarisnummers 999-1008) wordt per werknemer vermeld: geboortedatum en –plaats, datum indiensttreding, functie bij indiensttreding, datum uitdiensttreding, functie bij uitdiensttreding en de reden van uitdiensttreding (bijvoorbeeld pensionering of overplaatsing).
Archief Marine-Etablissement Vlissingen 1814-1868, toegang 95)

Meer bijzonderheden over de marinewerf en zijn personeel zijn gepubliceerd in de scriptie: Wilbert Weber, ‘Hetgeen het zwaarste is, moet het zwaarste wegen’. De invloed van de marinewerf op Vlissingen van 1814 tot en met 1868 (Vlissingen 1995), aanwezig in de bibliotheek van het Zeeuws Archief.

• Westkappelse dijkwerkers 1829-1870
Het Walcherse dorp Westkapelle en de dijk waarachter het al eeuwen ligt hebben een speciale band met elkaar. Het grootste deel van de mannelijke beroepsbevolking was eeuwen lang werkzaam aan de dijk

Het bestand met de namen van 1.059 Westkappelse dijkwerkers is in 1990 gemaakt ten behoeve van een artikel dat L.M. Hollestelle heeft geschreven voor het jubileumboek van de Afdeling Zeeland van de Nederlandse Genealogische Vereniging (Het stamboek van de Westkappelse dijkwerkers : een specifieke beroepsbevolking in de periode 1815-1870, in Spelerieën (1992), p. 218-245). De namen zijn gereconstrueerd aan de hand van de in het archief van de Polder Walcheren (1511-1870) voorkomende stamboeken en lijsten (inv.nrs 1722, 1723 en 1875, toegang 3000).

De dijkwerkers waren georganiseerd in een elftal groepen, benden genaamd. Deze benden waren verdeeld in drie soorten: timmerlieden, rijswerkers en een elfde bende, waarin mannen die eigenlijk een ander beroep uitoefenden waren opgenomen en die als losse arbeiders meehielpen met daggeldwerkzaamheden. Zij mochten niet meehelpen aan het paal- en rijswerk. Een bende telde 20 tot 24 man. Bij de reorganisatie in 1851, waarbij het verschil tussen timmerlieden en rijswerkers werd opgeheven, werd het aantal benden op 12 bepaald van elk ongeveer 30 man. Als een Westkappelse jongen dertien jaar was, werd hij bijna altijd toegelaten tot de bende waarin zijn vader werkzaam was. Het beroep van dijkwerker bood de Westkappelse mannen een zekere garantie van een inkomen, maar dat was in de negentiende eeuw vaak veel te weinig. Er werd in die tijd door de Westkappelse bevolking dan ook grote armoede geleden. Het polderbestuur van Walcheren probeerde met diverse maatregelen de nood te lenigen.

[laatst bijgewerkt: 24 september 2014]

  marinewerf2-300

De tien stamboeken uit het archief van de Vlissingse Marinewerf.


stamboek 300

Stamboek van de Westkappelse dijkwerkers, 1864 (Archief Polder Walcheren 1511-1870, inv.nr. 1722)