Weeskamerarchief

zgzwartelijn500

zgzwartelijn140blauw
 
zgzwartelijn300

Digitaal beschikbaar in Zeeuwen Gezocht
- Weeskamer Middelburg, weesakten 1633-1639, inclusief scans. Studiezaal NADT 45
- Weeskamer Breskens, inventaris wezengoederen, 1636-1795. Studiezaal NADT 107
- Weeskamer Nieuwvliet, Minuten van boedelrekeningen en boedelinventarissen 1675-1795. Studiezaal Zeeuws Archief NADT 116
- Weeskamer Sluis, Minuten van boedelrekeningen en boedelinventarissen 1655-1793. Studiezaal Zeeuws Archief NADT 159
- Weeskamer Wemeldinge, Minuten van boedelrekeningen en boedelinventarissen 1599-1698.

Te doorzoeken met de bron: Persoon in weeskamerarchief.

Toelichting
In Zeeland was vanaf de vijftiende eeuw tot en met 1810 de weeskamer werkzaam. Dit plaatselijk overheidscollege was belast met het toezicht op het beheer van de bezittingen van minderjarige (‘onmondige’) wezen. De weeskamer moest voorkomen dat familieleden de nagelaten bezittingen van een man of vrouw ten nadele van de kinderen ‘plunderden’. De taken van de weeskamer werden na 1810 overgenomen door de nieuwe rechterlijke organisatie. Pas in 1852 werd de weeskamer officieel opgeheven. In tegenstelling tot het huidige spraakgebruik had het begrip ‘wees’ vroeger een iets ruimere betekenis. Men verstond hieronder niet alleen een kind dat geheel ouderloos was, maar ook een kind dat één van beide ouders verloren had. In het laatste geval sprak men ook wel van halfwees, in het andere van volwees. Overigens moet u de begrippen ‘weeskamer’ en ‘weeshuis’ niet verwarren. Het weeshuis was de instelling waar weeskinderen werden ondergebracht, wanneer beide ouders waren overleden of één ouder, waarbij de overblijvende ouder niet in staat was voor de kinderen te zorgen. De werkwijze van een plaatselijke weeskamer was geregeld in een ‘keur’ (verordening of reglement), waarin lokaal verschillen mogelijk waren in de regeling of de uitvoering. In grote lijnen was de procedure als volgt. Wanneer van een echtpaar één van beide echtgenotes kwam te overlijden met nalating van minderjarige kinderen, dan was de andere, of een aanverwant familielid, verplicht hiervan binnen een bepaalde tijd, variërend van veertien dagen tot één maand, aangifte te doen bij de plaatselijke weeskamer. De aangever moest aan de weeskamer meedelen of de voogdij over de nagelaten minderjarige kinderen al geregeld was. Een echtpaar kon hier namelijk reeds in voorzien hebben bij het opmaken van een testament, of door een akte van seclusie (uitsluiting). Een dergelijke akte, opgemaakt voor het gerecht of de notaris, sloot de weeskamer uit van de voogdij. Meestal droeg men hierbij de voogdij op aan de langstlevende van het echtpaar. Deze kreeg dan het recht een tweede (en eventueel een derde) voogd te benoemen. De weeskamer stelde zich in zo’n geval tevreden met een akte van acceptatie, waarin de voogd verklaarde de voogdij te accepteren. Wanneer niets geregeld was bij testament of akte van seclusie benoemde de weeskamer de voogden en hield vervolgens toezicht op het beheer dat de voogden over de boedel uitoefenden. In de eerste plaats kwam voor het voogdijschap de overlevende ouder in aanmerking. Deze werd meestal voogd. Daarnaast benoemde de weeskamer in veel gevallen dan nog een toeziend voogd, vaak uit de familie van de overledene. Het toezicht eindigde op het moment dat de onder voogdij staande kinderen meerderjarig werden of trouwden. In het geval beide ouders overleden waren, werden de geërfde bezittingen verkocht en werden de gelden door de weesmeesters belegd in weinig risicodragende waardepapieren.

Bronnen
De stukken die verband houden met het toezicht op minderjarige wezen en het beheer van hun vermogen bevatten veel informatie. Behalve over gezinssamenstelling en leeftijden van kinderen kunt u ook gegevens achterhalen over de welstand van de ouders en vaak ook het beroep dat de vader uitoefende. 
Om het vermogen van de ouders te bepalen moest een boedelinventaris worden overlegd. Dergelijke inventarissen geven veel inzicht in de bezittingen van het gezin. De bezittingen konden soms tot in de details zijn beschreven, met niet alleen gegevens over het huis en landerijen, maar ook over de inboedel, van meubels tot serviesgoed. In de boedelrekeningen worden de uitgaven verantwoord die de voogd heeft gedaan voor de opvoeding, bijvoorbeeld aan kleding, onderwijs en het leren van een ambacht. Doordat deze rekeningen periodiek werden opgemaakt, kan de opvoeding van een kind per leeftijdsfase worden gevolgd. De kinderen werden meestal opgevoed door de overblijvende ouder. Als beide ouders waren overleden werd de opvoeding ter hand genomen door al dan niet betaalde particulieren (soms familieleden), het Burgerweeshuis of een andere instelling.

Beschikbaarheid
De registers van weesakten of ‘weesboeken’ vormen de kern van het weeskamerarchief. Hierin werden in chronologische volgorde de verschillende akten ingeschreven. Afhankelijk van de nauwkeurigheid van de secretaris van de weeskamer zijn de weesboeken voorzien van een alfabetische index. Weest u erop bedacht dat de index vaak op voornaam is gesteld en dat deze zich meestal beperkt tot de naam van de overlevende echtgenoot. Daarnaast vindt u verschillende stukken in dit archief: boedelrekeningen en  inventarissen, soms eigendomsakten of stukken uit een familiearchief. Omdat het archief van de weeskamer minder omvangrijk is dan de notariële archieven of het rechterlijke archief, is het verstandig dit als eerste te raadplegen nadat u de doop , trouw , begraaf  en lidmaatregisters hebt doorgewerkt. Bedenk dat in plaatsen zonder weeskamer de administratie ten behoeve van de wezen werd gevoerd door het plaatselijke gerecht (de schepenbank). In dat geval vindt u deze administratie terug in de oud rechterlijke archieven. In het Hulsterambacht en het Vrije van Sluis was er geen afzonderlijke weeskamer, maar hield het college van burgemeesters en schepenen zich met weeszaken bezig. Archieven van weeskamers en gerechten van plaatsen waar tegenwoordig een gemeentearchief is gevestigd, zijn overgedragen aan die archiefdiensten. Door archiefdiensten en particulieren zijn indexen gemaakt op de weesakten en de series boedelrekeningen en inventarissen. Deze zijn in de studiezalen van de archiefdiensten en het Genealogisch Centrum Zeeland te raadplegen.

[laatst bijgewerkt: 5 januari 2016]

 

NL-MdbZA 10 115a 171r 

Eén van de twee overgebleven archiefstukken uit het archief van de weeskamer van Middelburg: register van weesakten, 1633-1639. Folio 171r. (Rechterlijke Archieven Zeeuwse Eilanden inv.nr 115a)