Update 19 (juli 2009)

Toegevoegde bestanden:

• Groep Geboorteakten Burgerlijke Stand 1796/1811-1908

Arnemuiden 1906-1908
Axel 1908
Cadzand 1796-1908 [aantal akten: 4.861]
Grijpskerke 1903-1908
's-Heerenhoek 1811-1908 [aantal akten: 3.129]
Heinkenszand 1811-1908 [aantal akten: 5.313]
Kortgene 1811-1908 [aantal akten: 3.822]
Meliskerke 1903-1908
Nieuw- en Sint Joosland 1903-1908
Oostburg 1796-1908 [aantal akten: 6.808]
Oost- en West-Souburg 1903-1908
Philippine 1796-1908 [aantal akten: 2.735]
Retranchement 1796-1908 [aantal akten: 3.206]
Ritthem 1903-1908
Schore 1811-1908 [aantal akten: 2.334]
Serooskerke (Walcheren) 1903-1908
Sint Laurens 1903-1908
Terneuzen 1906-1908
Waarde 1811-1908 [aantal akten: 2.843]
Wolphaartsdijk 1811-1908 [aantal akten: 7.230]
IJzendijke 1796-1908 [aantal akten: 9.768]
Zaamslag 1796-1908 [aantal akten: 10.652]
Zuiddorpe 1796-1908 [aantal akten: 3.538]
Zuidzande 1796-1908 [aantal akten: 4.169]

• Groep Huwelijksakten Burgerlijke Stand 1796/1811-1933

De huwelijksakten van alle (voormalige) gemeenten zijn bijgewerkt en opnieuw toegevoegd.

• Groep Overlijdensakten Burgerlijke Stand 1796/1811-1958

De overlijdensakten van alle (voormalige) gemeenten zijn bijgewerkt en opnieuw toegevoegd.

• Groep Doop-, Trouw- en Begraafregisters 1574-1810

- Biervliet, Nederduits-gereformeerd doopregister 1640-1796 (studiezaal: DTBL Biervliet 1, 2 en 3).
- Hulst, Nederduits-gereformeerd en Rooms-katholieke doopregisters 1700-1719 (studiezaal: DTBL Hulst nrs 7A, 7B, 11E, 15A en 19O)
- Hulst, Nederduits-gereformeerd trouwregisters 1669-1796 (studiezaal DTBL Hulst 31-36)
- Schoondijke, Nederduits-gereformeerd doopregister 1655‑1740 (studiezaal: DTBL Schoondijke 1)
- Zierikzee, Nederduits-gereformeerd trouwregisters 1701-1750 (studiezaal: DTBL Zierikzee 5A). Betreft de index die de voormalige gemeentearchivaris van Zierikzee, P.D. de Vos, heeft gemaakt in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. De originele trouwregisters zijn in mei 1940 verloren gegaan.
- Zierikzee, Rooms-Katholieke trouwregisters 1761-1810 (studiezaal: DTBL Zierikzee 3B). Betreft de index die de voormalige gemeentearchivaris van Zierikzee, P.D. de Vos, heeft gemaakt in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. De originele trouwregisters zijn in mei 1940 verloren gegaan.

• Groep: Ambten, functies, beroepen en militairen

Bemanningsleden schepen Middelburgsche Commercie Compagnie 1721-1802
In 1720 verenigden kooplieden uit Middelburg zich in de Middelburgsche Commercie Compagnie (MCC). Aanvankelijk dreef de MCC vooral handel op de Middellandse Zee en West-Indië. Er waren handelscontacten met de Oostzee, de IJszee, de Witte Zee, Frankrijk en het Iberisch schiereiland (Spanje, Portugal). De MCC dreef ook handel op West-Afrika en dan met name Guinee en Angola. Daar werden voornamelijk goud, ivoor en andere producten van het land gekocht. De compagnie hield zich ook voor korte tijd bezig met visvangst en walvisvaart.
In 1730 verloor de WIC het alleenrecht op de slavenhandel tussen Afrika en Zuid-Amerika. Vanaf dat jaar ging de MCC zich bezig houden met de slavenhandel. Het eerste slavenschip werd uitgerust in 1730. Voor de reis terug naar Nederland werden dan nog geen retourgoederen meegenomen.
De eerste succesvolle driehoeksreis van de MCC vond plaats in 1732. Na een moeizame start werden de driehoeksreizen de belangrijkste bron van inkomsten van de MCC. In totaal ondernam deze compagnie 113 driehoeksreizen. De compagnie stopte met de slavenhandel in 1807 concentreerde zich op de scheepswerf en lijnbaan. In 1889 werd de MCC opgeheven.

Het archief van de MCC bevindt zich in het Zeeuws Archief en is in de jaren 1945-1950 geïnventariseerd door archivaris W.S. Unger. Een belangrijk deel van dit archief bevat de documenten die betrekking hebben op de reizen van de schepen van deze compagnie, zoals monsterrollen en soldijboeken van de bemanningsleden, het journaal van de reis, de financiële administratie van elke reis met stukken als carga- en negotieboeken.

In de eerste helft van de jaren negentig van de vorige eeuw heeft de heer P.F. Poortvliet de namen van de bemanningsleden van de schepen van de MCC uit de monsterrollen en soldijboeken verzameld. Het resultaat is in 1995 gepubliceerd door de werkgroep Prae1600Club van de Afdeling Zeeland van de Nederlandse Genealogische Vereniging ('De bemanningen der schepen van de Middelburgsche Commercie Compagnie 1721-1803', in Zeeuws Archief als NADT 161). Het digitale bestand is door de heer Poortvliet aan het Zeeuws Archief beschikbaar gesteld. Dit bestand is geredigeerd en toegevoegd aan de website Zeeuwen Gezocht.

Een aantal gegevens in de monsterrollen en soldijboeken is overgenomen zoals datum van aanmonstering en bijzonderheden over beëindiging dienstverband (desertie of overlijden). De bedragen van de betaalde gages en verwijzigingen naar testamenten en boedelverdelingen zijn terug te vinden in de originele registers.
Aan het hoofd van elk schip stond de kapitein. Andere functies waren die van: opperstuurman, (onder)stuurman, oppermeester, (onder)meester, opperchirurgijn, chirurgijn, opperkuiper, kuiper, oppertimmerman, timmerman, bottelier, botteliersmaat, bootsman, bootsmansmaat, zeilmaker, matroos, oploper en jongen.

De herkomst van de bemanningsleden is niet alleen Zeeland, maar vooral Duitsland en Scandinavië. De vaak vreemde namen zijn door de schrijvers van de MCC fonetisch opgeschreven en is de naam van een persoon is gedurende diens dienstjaren niet altijd eenduidig genoteerd. Het bestand bevat 11.788 vermeldingen van bemanningsleden.

De inventaris van het archief is te raadplegen op de website www.archieven.nl.

Appointés: gepensioneerde en invalide militairen 1681-1798
De betaling van de kosten van de verschillende onderdelen van het Staatse leger ten tijde van de Republiek der Verenigde Nederlanden (1575-1795) was volgens een verdeelsleutel tussen de gewesten, vastgelegd in de Staten van Oorlog, die jaarlijks werden vastgesteld. Holland droeg de zwaarste lasten, maar ook Zeeland en Utrecht betaalden forse sommen. De diverse regimenten en troepen waren het eigendom van hun kapitein of kolonel. Deze kreeg een som geld van de gewestelijke Staten en hij wierf daarvoor soldaten aan en dankte ze ook weer af. Er werd een eenvoudige administratie bijgehouden met monsterrollen en betaalrollen, maar ook deze was eigendom van de kleine ondernemer.
In Zeeland werden de kosten voor de landlegers geadministreerd door de ontvangers-generaal van de administratie van de oorlog te lande.
De bijkomende lasten, zoals pensioenen voor oude en invalide militairen, werden ook per gewest geregeld. Van iedere soldij-ordonnantie werd respectievelijk vijftien gulden voor de Zeeuwse compagniën 'te voet' en vijf gulden voor de compagniën 'te paard' geïnd. In Zeeland werden de uitkeringen op voorstel van de Staten individueel toegekend op basis van een resolutie van de Gecommitteerde Raden (het dagelijks bestuur) aan militairen die door verminking in de strijd of verval van krachten bij langdurige dienst daarvoor in aanmerking kwamen. Deze werden toen appointés genoemd. Het valt op dat aanvankelijk veel geappointeerden in Middelburg woonden. Ook weduwen en een enkele wees kwamen soms in aanmerking voor een uitkering.

Gedurende de periode 1681-1798 was de betaling van deze uitkering opgedragen aan de commies ter betaling van de appointés. Diens administratie is onderdeel van het archief van de Rekenkamer van Zeeland, Rekenkamer C, inv.nrs 13090-14250.
Het jaarlijkse bedrag van het pensioen bleef ongeacht de rang van de militair van 1681 tot en met 1798 onveranderd: 14 ponden, 9 schellingen en 8 penningen Vlaams ca. € 38). In sommige gevallen ontving een militair een hogere uitkering ('dubbele paeije'). Garde-ruiters ontvingen 20 ponden, 11 schellingen en 4 penningen per jaar. Er werd gerekend in maanden van 40 dagen (lange maanden), zodat men uitkwam op een betaaljaar van 9 maanden. Pas in het laatste jaar (1798) werd dit systeem afgeschaft. Eén keer per jaar, in mei, moest de appointé persoonlijk naar Middelburg komen om zijn uitkering in ontvangst te nemen. Soms kwam een gemachtigde of soms een weduwe of een vertegenwoordiger van de erfgenamen. In de laatste twee gevallen werd een attestatie van overlijden overhandigd. Het kwam ook voor dat niemand kwam opdagen en de betrokkene werd dan "pro memorie" vermeld. Meestal betekende het dat de rechthebbende overleden was, maar het was moeilijk om dat officieel vast te stellen. Uiteindelijk werd bepaald dat zo iemand na twaalf jaar van de lijst werd afgevoerd.
Als bewijs dat men gerechtigd was, moest de akte van aanstelling worden getoond en het geld werd voor een kwitantie afgegeven. Deze akte was niet de aanstelling tot militair, maar betrof de toekenning van het pensioen. Van een overledene moest de akte van aanstelling dan ook worden ingeleverd en dat deden de erfgenamen die zodoende de nog resterende gelden konden incasseren.

Er stonden overigens niet alleen afgekeurde militairen op de rol. Ook enkele gewestelijke functionarissen werden uit deze gelden betaald, zoals de twee 'oppassers van het Hof', dat waren de conciërges van de Abdij te Middelburg en verder de provoost van Vlissingen en de constabel van Zierikzee. Tegen het einde van de achttiende eeuw worden ook actief dienende militairen toegelaten.

De rekeningen zijn jaarlijks in dezelfde volgorde opgesteld. Als er een appointé was komen te overlijden, dan werd zijn plaats in de rekening door een andere persoon overgenomen. In totaal zijn er over de genoemde periode zo'n 13.500 betalingen gedaan aan 1.126 personen. De bijlagen bij de rekeningen zijn alleen over de periode 1760-1798 bewaard gebleven. Hierin bevinden zich de attestaties van overlijden van de appointés, op basis waarvan de overlijdensdatum is terug te vinden.

De rekeningen van de appointés zijn in de periode april 2007 t/m augustus 2008 ingevoerd door de heer C.P. Mulder te Rotterdam. Het invoerprogramma is gemaakt door de heer P. Weltevrede te Middelburg, die ook de correctie en de verwerking van de meer dan 13.500 inschrijvingen tot een bestand met 1.126 individuele appointés heeft uitgevoerd.

Marechaussee Zeeland 1840-1941
De heer J. Grim uit Breda heeft jaren lang onderzoek gedaan naar personen die in de periode 1814-1940 als marechaussee werkzaam zijn geweest in Nederland. Het overzicht heeft de heer Grim in 1997 gepubliceerd (Index personeel Koninklijke Marechaussee 1814-1940). Omdat er geen centrale registratie van marechaussees in de (openbare) archiefbewaarplaatsen aanwezig is heeft de heer Grim een groot aantal bronnen geraadpleegd, waaronder de militaire stamboeken in het Nationaal Archief en personeelskaarten Koninklijke Landmacht bij het ministerie van Defensie. Acht jaar eerder, in 1989, heeft de heer Grim een overzicht samengesteld van in Zeeland gestationeerde personeelsleden van de marechausse op basis van bevolkingsregisters en archieven van kantongerechten (opgenomen in Genealogische Afschriften 586).

In Zeeland werd per 1 juni 1840 het zogenoemde Luitenantschap gevestigd te Sas van Gent. In 1903 werd de districtshoofdplaats overgebracht naar Vlissingen. In Zeeland waren er brigade's te Aardenburg, Axel, Breskens, Cadzand, Hansweert, Hontenisse, Hulst, IJzendijke, Koewacht, Nieuw Namen, Oostburg, Philippine, Sas van Gent, Sluis, Sluiskil, Terneuzen, Vlissingen en Westkapelle. Per sterkte per brigade was verschillend, variërend van 1 brigadier of 1 wachtmeester en 2 tot 5 marechaussees.
Het in Zeeuwen Gezocht opgenomen bestand is een bewerking van het door de heer Grim in 1989 gemaakte overzicht, aangevuld met gegevens uit de index uit 1997. Het betreffen in totaal 741 naamsvermeldingen.

Middelburgse Teeken Akademie 1778-1885
Betreft een bestand met namen van lesgevende meesters en leerlingen van de Middelburgse Teeken Akademie, samengesteld door C.E. Heyning. Dit bestand is ook gepubliceerd in: Katie Heyning en Gerrit van Herwijnen (red.), ‘Om prijs en plaats’. De Middelburgse Teeken Akademie 1778-2003 (Middelburg 2004) en op de website van het Zeeuws Archief.
De Teeken Akademie was de grootste onderwijsinstelling van Middelburg. Vanaf 1778 hebben vele honderden leerlingen hier een opleiding gevolgd. In het jaar van oprichting telde men reeds 93 leerlingen en 185 honoraire leden. Dit waren leden die de Teeken Akademie financieel ondersteunden, maar zelf geen lessen volgden. De tekenlessen werden gevolgd door handwerkslieden, jonge mannen van goede stand en kunstenaars. Weeskinderen en minvermogenden kregen gratis les. Bekende (Zeeuwse) kunstenaars hebben hier een opleiding gehad, zoals Johan Pieter Bourjé, Johannes Hermanus Koekkoek en Cornelis Schraver en Jan Jacobus Worrell.

De Teeken Akademie bestaat nog steeds en organiseert als stichting elk jaar in nauwe samenwerking met docenten tekenen van de deelnemende scholen een project met steeds wisselende thema’s.

• Groep: Bevolkingsregister Middelburg (1847)1900-1937

Adresboek 1940
In het kader van het project 'Middelburg 1940', een samenwerking tussen architect Lukas de Jong, de Provinciale Zeeuwse Courant en het Zeeuws Archief is het Adresboek van Middelburg over 1940 ingevoerd. Dit project behelst het maken van een digitale maquette van Middelburg vóór het bombardement van 17 mei 1940. Zoveel mogelijk panden in de binnenstad worden nagetekend en ook worden gegevens over het huis en over eigenaren en bewoners verzameld. Het adresboek is ook te raadplegen op de website van het project: http://www.pzc.nl/specials/middelburg1940/. Meer informatie over dit project op de website van het Zeeuws Archief.

• Groep: Familiewapens

Wapenboek van de landmeter Korstiaen Bestebroer, 1785, bewerkt door J.Chr. Verhage 2005. Betreft een beschrijving van de familiewapens op de rouwborden die hingen in de Grote of Onze Lieve Vrouwe kerk te Tholen (stad). Opgenomen in Bibliotheek Zeeuws Archief 902.4.

• Groep: Genealogieën en kwartierstaten

In deze groep zijn uit de Collectie Zeeuwse Genealogieën de aanwinsten van de afgelopen maanden toegevoegd: de nummers 1250 tot en met 1255. Het betreffen de volgende familienamen: Puylaert (1250),  Du Hullu (1251), Voogt (1252), Callenfels (1253), Van Espen (1254) en Van de Velde (1255).